23/3/25

Franse dividenden: een (tijdelijke?) fiscale overwinning voor Belgische beleggers

Goed nieuws voor veel Belgische beleggers: de belastingadministratie heeft onlangs haar standpunt over de belastingheffing op Franse dividenden gewijzigd. Deze historische beslissing zal veel belastingbetalers in staat stellen een deel van de Belgische roerende voorheffing terug te vorderen.

De forfaitaire buitenlandse belasting (FBB)

Wanneer een dividend uit het buitenland wordt uitgekeerd aan een fiscaal inwoner van België, heeft België het recht om dit dividend te belasten (belastingtarief: 30%). Echter, verdragen ter voorkoming van dubbele belasting bepalen dat het bronland (het land waar het dividend vandaan komt) ook een bronheffing mag toepassen (meestal beperkt tot 15%). Het Belgische tarief van 30% wordt dan toegepast op het "netto grensbedrag" (dus het bruto bedrag minus de 15% die in Frankrijk is betaald).

Bijvoorbeeld: bij een bruto dividend van 100 wordt 15 in Frankrijk ingehouden, en 25,5 (30% van 85) wordt in België belast. De belastingplichtige ontvangt dus een netto dividend van 59,5. Indien dit dividend alleen in België belast zou zijn, zou de belastingplichtige 70 ontvangen (namelijk 30% van 100).

Om deze situatie te verhelpen, voorziet het Belgisch-Franse belastingverdrag momenteel in de toepassing van een forfaitaire buitenlandse belasting (FBB) van 15%. Dit betekent concreet dat de Belgische belastingplichtige 15% van de Belgische belasting moet kunnen terugvorderen, waardoor de Belgische belasting beperkt blijft tot 15% in plaats van 30%.

Waarom paste de Belgische administratie dubbele belasting toe?

Het Belgisch-Franse belastingverdrag bepaalt dat deze 15% wordt toegepast "onder de voorwaarden vastgelegd door de Belgische wetgeving". Echter, de Belgische wetgever heeft de aftrek van de FBB voor Belgische particulieren uit de Belgische fiscale wetgeving geschrapt.

Op basis hiervan paste de Belgische belastingdienst een dubbele belastingheffing toe op Belgische aandeelhouders van Franse vennootschappen, namelijk:

  • Een bronheffing door de Franse onderneming (meestal beperkt tot 15%)
  • De Belgische roerende voorheffing op het resterende bedrag (30%)

Het is dan ook geen verrassing dat deze praktijk door belastingplichtigen fel werd aangevochten voor de rechtbanken.

Een lange juridische strijd eindelijk beslecht

Deze juridische strijd heeft meer dan 20 jaar geduurd. Ondanks de afschaffing van de FBB in de Belgische wetgeving in 1988, hebben rechtbanken herhaaldelijk bevestigd dat de vermelding van de FBB in het Frans-Belgische verdrag voldoende was om de Belgische staat te verplichten deze toe te passen.

De belastingdienst bleef zich echter verzetten en stelde dat de FBB alleen kon worden toegepast als de Franse dividenden door de belastingplichtigen in hun belastingaangifte waren vermeld. In de praktijk gebeurde dit zelden, aangezien de roerende voorheffing bevrijdend is, waardoor deze inkomsten niet hoeven te worden aangegeven.

In twee belangrijke arresten van 23 november 2023 (F.21.0168.N en F.22.0034.N) heeft het Hof van Cassatie de kwestie definitief beslecht in het voordeel van de belastingplichtigen. Het Hof van Cassatie oordeelde dat de FBB moest worden afgetrokken van de Belgische belasting, zelfs als de dividenden niet in de belastingaangifte waren vermeld.

Als gevolg van deze rechtspraak heeft de belastingdienst onlangs erkend dat de FBB moet worden afgetrokken van de Belgische belasting, zelfs wanneer de dividenden niet zijn aangegeven (aangezien de roerende voorheffing bevrijdend is). Hiermee komt er eindelijk een einde aan een decennialange praktijk van de fiscus.

Wie kan van deze verandering profiteren?

Dit nieuwe standpunt is vooral belangrijk voor de volgende beleggers:

  • Degenen die beroep hebben aangetekend om roerende voorheffing op Franse dividenden terug te vorderen. Voor hen zou de fiscus nu bereid moeten zijn om schikkingen te treffen in lopende rechtszaken, wat zal leiden tot een terugbetaling van de FBB.
  • Degenen die recent hun dividenden op een Belgische rekening hebben ontvangen, waarbij de bevrijdende roerende voorheffing is toegepast.

Voor dividenden die op een buitenlandse rekening zijn ontvangen, is de situatie complexer. Deze belastingplichtigen moesten een administratieve terugvorderingsprocedure doorlopen, waarvan de uitkomst ondanks deze koerswijziging onzeker blijft.

Een tijdelijk voordeel?

Helaas zal deze gunstige situatie niet eeuwig duren. België en Frankrijk hebben een nieuw belastingverdrag gesloten waarin de FBB niet langer voorkomt. Dit nieuwe verdrag zou in 2026-2027 in werking moeten treden, waarmee de volledige dubbele belasting op Franse dividenden wordt heringevoerd.

Belgische beleggers hebben dus een tijdelijke kans om hun rechten te doen gelden.

Dankzij haar uitgebreide ervaring in internationaal fiscaal recht begeleidt Vanbelle Law Boutique u op een persoonlijke manier bij alle stappen om uw fiscale situatie te optimaliseren. Of het nu gaat om de terugvordering van onterecht ingehouden belastingen, internationale vermogensplanning of advies over belastingverdragen, ons team biedt u volledige ondersteuning om uw belangen te beschermen en uw fiscale voordelen te maximaliseren.
Contacteer ons

Omdat u uniek bent, verdient u maatwerk en een persoonlijke aanpak

Laten we samenwerken
Contact